Onafhankelijke productie

een film kan los van elke vorm van controle door een groot studiobedrijf gemaakt worden. Dit geldt voor kleinschalige films als documentaires, experimentele films of sommige fictiefilms die met een uiterst beperkte ploeg gedraaid worden, maar ook in het geval van grootschalige fictiefilms kan men het productieproces organiseren op een manier die heel dicht komt bij het studiomodel.

het productieproces van onafhankelijke films kent grosso modo dezelfde productiefasen als die van studiofilms. Er is eveneens sprake van arbeidsverdeling: ook een onafhankelijke film heeft een scenarist, een producer en een regisseur. Bij kleinschalige onafhankelijke films worden een of meerdere van deze taken wel vaak door één persoon uitgevoerd. Soms neemt de onafhankelijke regisseur alle taken op zich.

Onafhankelijke film

van de term independent film (onafhankelijke film) zijn er vele definities, waarbij de ene meer de nadruk legt op inhoudelijke, de andere meer op economische criteria. 'The Independent Film & Television Alliance' (IFTA) bijvoorbeeld, gebruikt een economisch criterium voor haar definitie: een film is onafhankelijk als meer dan 50% gefinancierd wordt door bronnen die niet afkomstig zijn van de grote Amerikaanse studio's. Een onafhankelijke film kan een klein maar ook een heel groot budget hebben. Niet alleen Lost in Translation (Sofia Coppola, 2003)  en Monster (Patty Jenkins, 2003) voldoen aan de IFTA-definitie, maar ook films als The Lord of the Rings (Peter Jackson, 2001-2002-2003), Chicago (Rob Marshall, 2002), Cold Mountain (Anthony Minghella, 2003) en Shakespeare in Love John Madden, 1998).

In dit lijstje komen films voor die weinigen spontaan onafhankelijk zouden noemen. The Lord of the Rings wordt onafhankelijk genoemd omdat hij niet gefinancierd is door een van de majors, maar door New Line Cinema, een gespecialiseerde divisie van Time Warner die zich focust op de productie en distributie van onafhankelijke films. Toch is het budget voor deze film groter dan dat van de meeste studiofilms in Hollywood. Andere termen die voor deze films gebruikt worden zijn 'quality film', 'semi-independent film' en 'indie'.

bij andere definities gaat men er wel vanuit dat de investering bij een onafhankelijke film lager is dan bij een studiofilm en dat het kleinere financiële risico de artistieke onafhankelijkheid van de regisseur mogelijk maakt. De onafhankelijke regisseur kan een gevestigde naam zijn die prat gaat op autonomie (Woody Allen, David Cronenberg, David Lynch, Jim Jarmusch, John Sayles...) of een onbekende nieuwkomer. Het initiatief voor de film komt dan van de regisseur zelf die bijgevolg een grote invloed heeft tijdens alle productiefasen.

naast 'independent film' spreekt men soms ook van specialty film. Een dergelijke film heeft per definitie een klein budget, wordt buiten het Hollywoodsysteem (of een gelijkaardig studiosysteem) gemaakt en draagt een humanistische boodschap uit, zoals Robert Youngs The Ballad of Gregorio Cortez (1982) of John Sayles' The Return of Secaucus Seven (1980).

dit inhoudelijk criterium onderscheidt de specialty film van de lowbudget genrefilm of de exploitation film. Die wordt ook voor weinig geld buiten het studiosysteem gemaakt, maar kan heel gewelddadig, seksistisch of antihumanistisch zijn. The Texas Chainsaw Massacre (Tobe Hooper, 1974) werd geproduceerd door Vortex; het was de enige film die het bedrijf maakte. Troma Films produceert dan weer al decennia politiek incorrecte exploitatiefilms voor lage budgetten, zoals The Toxic Avenger (Michael Herz & Lloyd Kaufman, 1985) en Surf Nazis Must Die (Peter George, 1987), films die zelden van het label 'quality film' worden voorzien. Vaak verschijnen ze niet in de bioscoop, maar komen ze rechtstreeks op de video- en dvd-markt terecht.