Montage

In het Engels zijn er drie termen die naar montage verwijzen: 'cutting', 'editing' en 'montage'. 'Cutting' verwijst naar de selectie van de meest geschikte 'takes' en de inkorting ervan. Als het goed zit zijn takes altijd te lang, precies om de monteur meer bewegingsruimte te geven.  'Editing' verwijst naar het samenvoegen van de ingekorte takes. De term 'montage' wordt op verschillende manieren gebruikt: (1) als synoniem van editing; (2) als de combinatie van cutting en editing en (3) als een historische term, die verwijst naar de wijze waarop Russische cineasten uit de jaren ’20 hun shots samenvoegden.

Als men montage als een historische term gebruikt, dan verwijst men er eigenlijk mee naar een volwaardig montagesysteem. In de loop van de filmgeschiedenis hebben zich twee dominante soorten van montagesystemen ontwikkeld: de continuïteitsmontage en de discontinuïteitsmontage. Een montagesysteem bestaat uit een reeks van regels en technieken die weergeven hoe films het best gemonteerd worden. Het reikt ook stilistische, narratieve, filosofische of zelfs politieke argumenten aan waarom die regels leiden tot goede films.

Van beide systemen is de continuïteitsmontage de meest succesvolle. Het gros van alle films wordt, van Hollywood over Afrika en Europa tot Bollywood en Japan, volgens de conventies van dit systeem gemaakt. Montage is niet het enige middel om continuïteit te realiseren, ook andere bouwstenen als bijvoorbeeld scenario, sound design of set design kunnen daarvoor worden gebruikt. Als verschillende bouwstenen elkaar ondersteunen om continuïteit te realiseren, dan heeft dat een invloed op de volledige stijl van de film (continuity style).

deze aantekeningen werden gemaakt door docent Tim Deschaumes n.a.v. zijn les

Filmmuseum Brussel, 13 december 2006

voor een overzicht van alle lezingen per locatie en seizoen: zie 'Waar? Wanneer?' op de startpagina